De Scientology filosofie en de eerste botsing met gevestigde belangen 

 

Tijdens het Dianetics onderzoek in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw werd vastgesteld dat geest-beïnvloedende medicijnen en drugs de Dianetische methode verstoren en het verstand benadelen. Hetzelfde geldt voor psychiatrische hersenoperaties (lobotomie) en elektroshock. Rond 1950 stuurde Hubbard zijn bevindingen naar de American Medical Association (AMA) en de American Psychiatric Association (APA), vanuit de overtuiging dat Dianetics een goede manier zou zijn om medische en psychiatrische behandelingen te ondersteunen en het welzijn van patiënten te verbeteren.

De reactie van de AMA en APA was ronduit agressief en had grote gevolgen. Jaren later zijn via de Freedom of Information Act (Wet Openbaarheid Bestuur) documenten van overheidsinstanties aan het licht gekomen waarmee Scientology en de activiteiten van Hubbard in een vals daglicht werden geplaatst, waaronder een beschuldiging van het gebruik van illegale drugs. Op last van de Amerikaanse FDA werd zelfs een grootschalige inval gedaan in een vestiging van Scientology in Washington. [1] De inval leverde niets op, want er gebeurde niets illegaals en werd later als onwettig verklaard.

Over de gehele wereld begonnen enthousiaste Dianetics- en Scientologygroepen de in hun ogen psychiatrische- en andere misstanden aan de kaak te stellen. Binnen sommige overheden werd alarm geslagen en werden plannen gemaakt hoe het “probleem” Scientology aangepakt kon worden.

[1] Zie bijvoorbeeld hoofdstuk The 1963 Church of Scientology raid op http://www.naturalnews.com/021791.html en

Lees artikel over FDA raid in 1968

 

Siberia Bill

In 1954 hadden een aantal hooggeplaatste psychiaters in de VS onder leiding van Dr. Winfred Overholser, een wetsvoorstel gemaakt voor de geestelijke gezondheid met als doel om elke vorm van rechtspraak en verdediging voor Amerikanen teniet te doen.

Het wetsvoorstel hield in dat ‘elke gezondheidswerker, welzijnswerker of politieagent die reden had om aan te nemen dat een persoon geestelijk ziek was en door zichzelf of anderen niet onmiddellijk in bedwang kon worden gehouden’, die persoon naar een psychiatrische inrichting mocht laten overplaatsen voor een professionele evaluatie.

Daar zou ‘de gevangene’ vijf dagen kunnen worden vastgehouden, of, indien hij geestelijk incompetent werd geacht, “voor de rest van zijn natuurlijke leven”.

Kortgezegd kon iemand dus zonder enige verklaring tegen zijn wil worden vastgezet; zonder afgifte van enig bevel of via enige hoorzitting.

Scientology speelde een prominente rol in het tegenhouden van dit wetsvoorstel dat het middelpunt was van een grote politieke controverse. En dat werd haar niet in dank afgenomen.

Meer informatie

De heksenjacht van Kenneth Robinson

Mede naar aanleiding hiervan begon Kenneth Robinson, de Britse Minister van Volksgezondheid, een ware heksenjacht tegen Scientology in Engeland.

Robinson wilde de kerk belemmeren om in 1968 het kasteel in East Grinstead aan te kopen voor de verder expansie van de Scientology religie.

Robinson verzamelde valse informatie om zijn aanvallen op Scientology te rechtvaardigen en maakte handig gebruik van de aanvallen op Scientology in die tijd in Australië.

Toen in Australië in 1965 het ondeugdelijke Anderson Onderzoek over Scientology werd gepubliceerd, gebruikte Robinson dat rapport om zijn aanval op Scientology in Engeland te rechtvaardigen.

Omdat Scientology ook in Engeland geen enkele wet overtrad gingen de frustraties van Robinson over in het verspreiden van valse informatie en geruchten in de media.

In 1968 verbood Kenneth Robinson scientologen te emigreren naar het Verenigd Koninkrijk. Het verbod had een grote impact, omdat op dat moment het wereldwijde hoofdkwartier van de Scientology Kerk gevestigd was in Saint Hill in East Grinstead. Scientologen die hun studie op Saint Hill wilden voortzetten werd de toegang ontzegd, enkel vanwege hun religie.

Foster rapport

Sir John Foster werd vervolgens gevraagd om een volledig onderzoek te doen naar Scientology. Het Foster rapport werd op 22 december 1971 in Engeland openbaar gemaakt.

Hoewel Foster bleef vertrouwen op de valse informatie uit andere rapporten tegen Scientology, erkende Foster niettemin dat het ‘uitgebreide bewijs’ van Robinson een schijnvertoning was en hij raadde aan het verbod voor scientologen om naar Engeland te immigreren, op te heffen. In de inleiding van zijn rapport schreef Foster:

‘For the reasons set out in detail in Chapter 8 of this Report, I have come to the conclusion that most of the Government measures of July 1968 were not justified.’

De dag na presentatie van het Foster rapport aan het Britse Parlement, verklaarde Richard Crossman (politicus van de Labour partij die in 1971 al uit het Parlement was) in een radio programma op BBC Radio 4:

 “I personally very much regretted it [the ban] had been done without a really thorough investigation… and so I felt it was absolutely essential the penalties having been imposed in this way [that] I must have the thing cleared up… I thought the Scientologists had a legitimate complaint. They had been singled out. ‘ (zie ook deze pagina over ‘the England Ban‘).